Grofvuil in Amsterdam – Amsterdam heeft een grofvuilprobleem. Bewoners klagen er 120 keer per dag over. Oude matrassen, kapotte meubels en afgedankte koelkasten sieren straten en stegen. De gemeente heeft een oplossing: een bakfiets. Vier stuks, om precies te zijn. Eén werd gestolen. De rest bleef grotendeels ongebruikt.
Toch wil wethouder Van Buren dit bakfietsexperiment uitbreiden. Wanneer, hoe groot en met welk budget? Dat blijft vaag. Meetbare doelen werden vooraf niet vastgesteld, dus een eerlijke evaluatie is onmogelijk. Dit is geen beleid. Dit is beleid doen alsof.
Zelf wegbrengen
Ondertussen verdwijnt per 2026 de vertrouwde ophaaldag. Bewoners moeten voortaan zelf hun grofvuil wegbrengen of een afspraak inplannen. De Telegraaf schreef al spottend: Amsterdam wil dat bewoners hun grofvuil met de bakfiets wegbrengen. Een cynische kop, maar niet onterecht.
Want het fundamentele probleem wordt niet aangepakt. Te veel matrassen, meubels en apparaten belanden onnodig in de verbrandingsoven. Niet omdat bewoners geen hergebruik willen, maar omdat het systeem dit niet faciliteert. Er is geen duidelijke verbinding tussen het inzamelbeleid en de circulaire ambities van de stad. Dat concludeert de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad in een vernietigend rapport van 286 pagina’s: versnipperd beleid, geen concrete doelstellingen, geen grip op kosten.
Fabrikanten dwingen
De échte kansen liggen elders. Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (zoals bij matrassen en elektronica) dwingt fabrikanten om na te denken over wat er met hun producten gebeurt aan het einde van de levenscyclus. Modulaire meubels die je kunt repareren. Vloerbedekking die je kunt demonteren. Producenten die meebetalen aan inzameling en retourlogistiek. Dát verandert de keten structureel.
Combineer dat met buurtpunten voor hergebruik, samenwerking met kringlooporganisaties en slimme retourstromen. Grofvuil wordt geen ergernis meer, maar een grondstof.
Minder symboolpolitiek
Amsterdam heeft de ambitie om circulaire koploper te zijn. Die ambitie verdient meer dan een onbewezen bakfietsproef en een afsprakensysteem. Minder symboolpolitiek, meer systemen die écht werken.