Makkelijk praten
Makkelijk praten

Makkelijk praten

“Ik heb geen uren de tijd. Nu luisteren!” roept ze naar haar zoon.
Nigel rent schaterlachend nog een keer het plein rond en raakt mij net niet. Ik wacht op het schoolplein op de laatste kinderen. Nigel en zijn moeder Sharon zijn elke morgen te laat.
“Sorry hoor” roept ze van achter het hek. Verder mag ze niet komen van corona. Net als ze nog een keer wil uithalen, rent Nigel de school in. Sharon schudt haar hoofd en haast zich naar de auto op de parkeerplaats voor school. Patrick, haar man, wacht ongeduldig. Hij is altijd onderweg.

Een droge klik. Meer niet. Nog een keer. Patrick blijft het proberen maar de auto start niet. Hij stapt uit en doet de motorkap omhoog. Sharon blijft zitten. Ze wacht en rookt. Na een paar minuten komt ze naar buiten en kijkt mee onder de motorkap.

Ik loop naar hen toe en vraag of ik iets kan doen.

“Nee hoor. Vanochtend wou ie ook al niet starten. Dat ouwe kreng. Hij krijgt hem wel weer aan de praat” en ze prikt haar man in zijn welgedane buik. “Daarom zijn we ook zo laat. En toen wilde Nigel niet instappen. Hij luistert gewoon niet. Dan zegt hij NEEE. Nou probeer hem dan maar eens in die auto te krijgen. Hij weet precies wat mij irriteert en dat gaat hij dan doen. Maar ja, dan lacht hij een keer en dan ben ik weer verkocht. Hij is zo’n charmeur”.

Het begint zachtjes te regenen. De fietsenstalling biedt beschutting. Sharon voegt zich bij me. “Wel op afstand he” zegt ze en steekt een nieuwe sigaret op. Ze biedt mij er eentje aan. Ik bedank. “Ik ben net gestopt”.

“Ja, ik moet ook stoppen maar ja… als ik dan die jongen zie. Dat ie een achterstand heeft. Hij is niet als een gewoon kind maar je ziet niks aan hem, zo’n mooi koppie. Dan breekt mijn hart weer. En hij moest natuurlijk hier naar toe, hij kon niet op een gewone school. Iedereen weet het in de buurt. Nou, daar word ik zo zenuwachtig van. Dan moet ik roken. Toen Nigel klein was, toen zat ik er echt mee. Ik vond het erg, had er zoveel moeite mee. En toen ging hij naar het kinderdagverblijf en zag ik de mogelijkheden. Dat hij ook wat kon leren. Toen kreeg ik er meer vertrouwen in en dat vertrouwen geef ik aan Nigel”.

“Dat heeft ie nodig”, zeg ik. Ze knikt en neemt een lange haal van haar sigaret.

“Klote auto, al 20 jaar oud, wat wil je nou” zegt ze. “Ik verwacht er niets meer van. Dan wordt je niet teleurgesteld. Dat is met auto’s en mannen zo. En met Nigel”. Ze lacht een schorre lach.

“Het is makkelijk praten hoor. Tussen zeggen dat je het accepteert van je kind en echt voelen zit een groot verschil. Als zijn nichtje bij ons is, dan zie je het verschil. Dat is confronterend. Zij is drie en praat zo wijs. Nigel is zeven jaar en dat kan hij nog niet. Hij zegt alleen nog maar woorden. Maar ja, alles gaat zoals het gaat. Je kunt niet alles willen. Ik ben blij met wat hij kan. Maar het doet wel pijn. Dat voel je van binnen. In je hart. Ken je dat?” Ik knik.

Samen kijken we naar haar man onder de motorkap. Om de pijn niet te voelen. Sharon zucht diep, ik zucht met haar mee.

“Ik wil het wel eens opgeven hoor” zegt Sharon. “Dan zeggen mijn zussen: wat doet hij raar. Je moet hem beter opvoeden. Dan moet ik weer uitleggen dat hij achter is, en dat hij er niets aan kan doen. Ik moet hem altijd verdedigen. En dan breekt mijn hart weer. Maar mijn man geeft nooit op. Niet met mij, niet met Nigel en niet met zijn auto”.

Patrick zit achter het stuur. De auto pruttelt maar start nog niet.

“Mijn andere zoon, die is 13, gaat er zo makkelijk mee om. Daar ben ik wel eens jaloers op. Soms zeggen zijn vrienden dat zijn broertje gek is. Hij zegt dat hij achter is. Hij probeert het uit te leggen. Hij wordt niet boos, blijft heel rustig en gaat gewoon weer verder met wat hij aan het doen was. Zijn vrienden gaan met Nigel om alsof het hun kleine broertje is. Ze betrekken hem erbij, alsof er niets aan de hand is”.

Sharon bijt hard op haar lip. “Ik wou dat ik dat kon”.

De auto start. Met een lach van oor tot oor stapt Patrick uit, kust Sharon en laat de motorkap zakken. “Het is weer voor elkaar”, zegt hij

“Ja, voor zolang als het duurt” antwoordt ze. “Nou ik ga. Dankjewel”. Ze pakt mijn hand en knijpt erin. Dan stapt ze de auto in en steekt een nieuwe sigaret op. Man zwaait. Hortend en stotend rijden ze het parkeerterrein af.

* Laatste revisie op 18 februari 2021 door Redactie AC

Anneke Koelewijn
Laatste berichten van Anneke Koelewijn (alles zien)

2 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: