Op Facebook las ik gisteren het trieste bericht dat Ronald Offerman aan corona is overleden. U kent hem hier op Amsterdam Centraal als auteur van allerlei fijne stukjes over Amsterdam, zijn gedachten en zijn belevenissen. Dagelijks schreef hij gedichten op Facebook, vooral ook over zijn stadsdeel De Baarsjes. Het waren gevoelvolle, toegankelijke gedichten, die heerlijk de sfeer tussen de huizen, op de straten en pleinen beschreven. Over de inwoners. Er is geopperd dat hij eigenlijk onze stadsdichter zou moeten zijn. Daar was ik het ten volle mee eens. De mensen hielden van hem, dat is wel te zien aan de honderden blijken van medeleven onder het Facebookbericht.

IM Ronald Offerman

Ik was door zijn overlijden echt geschokt en uit het veld geslagen. Ik realiseerde me dat een deel van ons sociale leven zich tegenwoordig ook wérkelijk online afspeelt. Want ik had hem nooit persoonlijk ontmoet, maar had wel veelvuldig contact. Ik voelde een band, door zijn warme, laconieke persoonlijkheid.

Ik had me al ongerust gemaakt. Ergens halverwege maart meldde hij op Facebook dat hij zich ziek voelde en even niet tot iets in staat was. “Geen corona”, zei hij er nog bij. Daarna niets meer. Daar had hij zich dus blijkbaar op verkeken. Ik stuurde hem nog een email, want ik maakte me ongerust. Het was niets voor hem om niet af en toe een gedichtje te plaatsen. Of de afbeelding van een tekening of een schilderijtje. “Effe krassen”, noemde hij dat dan. Ik kreeg geen reactie meer. Niets voor hem.

Zijn overlijden drukt ons met onze neus vol op de harde feiten van deze corona-pandemie. Dat wij het virus niet te licht moeten opnemen, dat we onszelf goed moeten beschermen. Want Ron was nog veel te jong om dood te gaan, had nog voldoende ideeën om tot z’n honderdste door te gaan.

Gelukkig maakte Rob Zwetsloot in februari nog een mooi video-interview met hem, waar ik graag naar verwijs. Ik beschouw het als een monument voor deze grote, vriendelijke, zachtmoedige, getalenteerde man. Ik zal hem enorm missen. Want je kunt nooit genoeg prettige mensen om je heen hebben, zelfs al is het online.

Zijn vrouw en zoon wens ik heel veel sterkte met dit enorme verlies en verdriet. Ik prijs me gelukkig Ron gekend te hebben.

11 reacties

  1. Ron was een belangrijke steun en binding voor het onofficieel Eijlders Dichterscollectief dat maandelijks vele Amsterdamse taalliefhebbers en ook van ver buiten de stad samenbracht in het café aan de Korte Leidsedwarsstraat, om het hoekje van de Leidsestraat aan het Leidseplein. Velen zullen hem missen, zowel achter de bar als ervoor.

    DICHTER AAN DE TAP

    Meestal tot afsluiting
    vanachter de bar
    zette weg het gespoelde glas
    nog een gedicht

    over wat hij dacht
    wandelend door de stad
    over de mensen
    over ons, over de wereld
    vlakbij tot ver achter de horizon
    wat hij ervan vond
    zette vraagtekens
    bij wat belangrijk is

    en wat hij eraan
    bijdroeg

    I.M. Ron Offerman 11.05.2020

    John Zwart
  2. Dankjewel Milena, we zullen Ronald nog openbaar eer bewijzen op een nader te bepalen dag in de toekomst – in Café Eijlders uiteraard. Te hopen valt dat de omstandigheden over niet al te lange tijd dit mogelijk zullen maken.

    John Zwart
  3. @Arnoud: Ik bedoel uiteraard niet de “nieuwe”, maar de “oude” Hazes. Ik weet niet of dat voor jou verschil maakt, maar ik zie toch zeker gelijkenissen: slechts een paar kilometer van elkaar in de jaren ’50 geboren en opgegroeid net buiten het centrum, beleefden als kind op school niet de prettigste tijd van hun leven, waren selfmade en niet zonder succes, hielden niet van poespas, waren mannen van de nacht, verkeerden graag in de horeca en lagen allebei goed bij de gewone man: ze wisten het ‘volk’ te raken met hun no-nonsense teksten. Totaal verschillende mannen, maar toch…

    Milena Tsareva
  4. @Milena: Het feit dat ze allebei in Amsterdamse volksbuurten opgroeiden zegt mij niet zoveel. De liedjes van Hazes senior gingen ook helemaal niet over Amsterdam en hij woonde er (later) ook niet. Bovendien waren het volgens mij allemaal covers van bestaande liedjes, waar hij dan zelf een Nederlandse tekst bij knutselde. Op dat niveau niet onverdienstelijk overigens. Gewoonweg irritant is altijd dat zogenaamde Amsterdamse accent, dat nasale, dat maar bij bepaalde lagen van de bevolking gebruikt wordt. Het is anders dan het gewone ‘plat Amsterdams’.
    Ronald Offerman daarentegen toonde zich een meester in het toegankelijk beschrijven van Amsterdam en zijn eigen belevenissen. Maar met gedichten heb je nu eenmaal minder succes dan met smartlappen. Over het algemeen ben ik niet zo verslingerd aan poëzie, maar het werk van Ronald vond ik prachtig. Wat mij betreft was hij zowel letterlijk als figuurlijk een paar flinke koppen groter dan Hazes, die ik al sinds het begin een vervelende man vond.

  5. Hele volksstammen dwepen met de oude Hazes, juist vanwege het volkse, het gewone en het begrijpelijke zonder kouwe kak, dat Ronald Offerman ook had… in mijn ogen dan. Vandaar ook dat ik als soort van eerbetoon aan Offerman deze vergelijking maakte. Maar goed, weer niet goed dus. Ik zal verder mijn mond houden.

    Milena Tsareva
  6. Ronald hoefde niet tussen het nieuw-rijk van Vinkeveen te wonen en ja van gedichtjes word je ook niet rijk. Hij had ook geen zelfoverschatting, vond zelf zijn teksten slechts een poging tot communicatie met de mensen die graag eenvoudige zinnen hoorden waaruit onmiddellijk te begrijpen was wat hij bedoelde – ook de ”onderliggende laag” want die was/is er wel degelijk. Altijd. Ik dweep niet met Amsterdam, ben vaak blij er weer een poosje weg te zijn – totdat de stad mij weer trekt. Ronalds gehechtheid aan de stad was geen façade, Maar puur gevoel, ongeveer zoals een zeeman soms de zee kan bezingen maar haar de volgende dag hartgrondig vervloekt.

    John Zwart

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.